Bewijsmiddelen permanente bewoning recreatiewoningen

Geschreven door Anke Nijenhuis
7 juli 2021

Van permanente bewoning is sprake als de recreatiewoning het hoofdverblijf van de bewoner is. Het gebruiken van een recreatiewoning als hoofdverblijf is niet toegestaan als in het bestemmingsplan de bestemming ‘recreatie’ op de woning rust. De vraag wanneer sprake is van een hoofdverblijf, is niet makkelijk te beantwoorden. Naast de BRP-inschrijving bestaan er ook andere manieren om permante bewoning aan te tonen. Benieuwd welke dit zijn? In dit artikel bespreek ik de andere bewijsmiddelen voor permanente bewoning recreatiewoningen.

Belang van bewijs

Het aantonen van permanente bewoning kan aan de gemeente of de bewoner zelf zijn. Als de bewoner ontkent permanent in de recreatiewoning te verblijven, is het aan de gemeente om met behulp van bewijsmiddelen de permanente bewoning aan te tonen voordat de gemeente tot handhaving kan overgaan. Verder kan het ook aan de bewoner zijn om aan te tonen dat er sprake is van permanente bewoning. De bewoner kan namelijk in aanmerking komen voor een persoonsgebonden omgevingsvergunning als duidelijk is dat de permanente bewoning sinds 31 oktober 2003 is gestart.

Geen landelijke definitie hoofdverblijf

Voor permanente bewoning bestaat geen landelijke definitie. Permanente bewoning wordt in het bestemmingsplan vaak aangeduid als ‘bewoning door een persoon of door groepen van personen van een voor recreatieve bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf of vaste woon- en verblijfplaats’. Dit kan in het bestemmingsplan verder toegelicht worden. Bestemmingsplanregels spreken dan bijvoorbeeld van permanente bewoning als het adres van de recreatiewoning gedurende een aaneengesloten periode van 180 dagen per jaar ten minste tweederde van die tijd als hoofdverblijf wordt gebruikt. Als de bestemmingsplanregels geen dagenlimiet bevatten, dient er naar andere aanknopingspunten te worden gezocht. Inschrijving in de BRP is zo’n ander aanknopingspunt voor de vraag of sprake is van permanente bewoning. Voor meer informatie verwijs ik u naar een ander artikel dat ik hierover schreef op deze blogsite. Naast de BRP-inschrijving bestaan er ook andere bewijsmiddelen voor het aantonen van permanente bewoning.

Beleidsregels gemeente

De gemeente kan in beleidsregels vastleggen wat zij ziet als bewijsmiddelen voor het aantonen van permanente bewoning van recreatiewoningen. Voorbeelden van bewijsmiddelen die hierin genoemd worden zijn:

  • documenten waaruit blijkt dat de recreatiewoning in de aangifte inkomstenbelasting is opgegeven als eigen woning en door de Belastingdienst als zodanig is aangemerkt;
  • een polis voor een ziektekostenverzekering waarbij als adres van de bewoner het adres van de recreatiewoning is vermeld, gevoegd bij een inschrijving van die bewoner bij een huisartsenpraktijk in de gemeente waarin de recreatiewoning is gelegen of een aangrenzende gemeente;
  • documenten waaruit blijkt dat sprake is van een door burgemeester en wethouders genomen besluit met betrekking tot bekostiging van leerlingenvervoer vanaf het adres van de recreatiewoning;
  • door de werkgever van de bewoner aan die bewoner verstrekte jaaropgaven waaruit blijkt dat sprake is van een inkomen van die bewoner op het adres van de recreatiewoning;
  • documenten van een uitkeringsinstantie of pensioenfonds waaruit blijkt dat sprake is van een uitkering of pensioen van die bewoner op het adres van de recreatiewoning; of
  • documenten waaruit blijkt dat sprake is van een door die bewoner ontvangen huursubsidie, respectievelijk huurtoeslag op het adres van de recreatiewoning.

Bovenstaand lijstje zijn voorbeelden van bewijsmiddelen die gebruikt kunnen worden bij het aantonen van permanente bewoning. Permanente bewoning kan ook blijken uit overige – niet in dit lijstje genoemde – documenten. Verder zal het in de praktijk vaak zo zijn dat een gemeente het niet genoeg vindt als een bewoner de permanente bewoning probeert aan te tonen met slechts één bewijsmiddel.

Advies

De vraag wanneer sprake is van een hoofdverblijf, is niet makkelijk te beantwoorden. De gemeente kan in beleidsregels vastleggen wat zij ziet als bewijsmiddelen voor het aantonen van permanente bewoning van recreatiewoningen. Zit u zelf met een bewijsprobleem? Ik raad u aan om op internet te zoeken naar beleidsregels hierover. Deze kunnen u richting geven in uw zoektocht.

LiebregtsLeistra

Waar kunnen we u mee helpen?

Contact